Derde HSB team verricht net geen wonder tegen DD 1

Op dinsdag 3 februari speelde het derde HSB team van DSC in Het Nationale Schaakgebouw in Den Haag tegen DD 1, met het doel om onszelf uit de degradatiezone omhoog te vechten en het Haagse team erin te duwen. Hun gemiddelde rating is 120 boven die van ons, maar vergeleken met andere overmachten waar we dit seizoen in de hoofdklasse tegenover hebben gestaan/gezeten was deze match toch de meest realistische upset kandidaat. Het mocht niet zo zijn. Met 3½-4½ kwamen we wel heel dichtbij een matchpunt, maar het broodnodige wonder bleef dus uit.

BordDD 1RatinguitslagDSC 3Rating
1.♟ Bas van Doren21951-0♙ Nicolò Perfranceschi1727
2.♙ Raymond Timmermans20121-0♟ Jouke van Gosliga1844
3.♟ Chingthang Ngangbam19690-1♙ Alexander Bruschke2022
4.♙ Arthur Belle19700-1♟ Cagla Yaren Aslan1996
5.♟ Onno van Dijk2048½-½♙ Kasper Uithof1902
6.♙ Jacco Heij2017½-½♟ David Boersma1896
7.♟ Mattijs Groenen1941½-½♙ Ariël Simón Sabsay1888
8.♙ Niels Bos19921-0♟ Wytze Roël1874

Nicolò mocht met wit op bord 1 vrij experimenteren om zijn op papier veel sterkere tegenstander in de war te brengen. Met een ietwat ongebruikelijke behandeling van het Siciliaans wist hij 17 zetten lang het evenwicht te bewaren, maar struikelde toen over een tactische afwikkeling en kon daarna lekker vroeg naar huis.

Voor Jouke, met zwart op bord 2, was het ratingverschil met zijn tegenstander weliswaar een stuk minder intimiderend, maar het ging helaas toch mis. “Ik dacht redelijk uit de opening te komen met de zwarte stukken, nadat de witspeler met wat heen en weer geschuif tijd verloor. Met druk op 2 zwakke pionnen en open lijnen dacht ik wel een pion te kunnen winnen. Dat lukte ook, maar ik had niet verder gekeken dan mijn neus lang is. Wit kon zijn dame nu offeren voor 2 torens. Opeens had wit de open lijnen en mijn dame het nakijken. Totaal in shock speelde ik nog een matige zet, waarmee mijn praktische kansen op remise ook waren verkeken. Ik kon meteen opgeven.

Tot zover de tactische opstelling. Vanaf bord 3 moesten er gewoon veel punten gescoord worden en Alexander deed precies wat van hem verwacht werd. “Ik speelde een gesloten Siciliaan en stond wel comfortabel en actief uit de opening. Ik probeerde steeds meer druk op de stelling van mijn tegenstander op te bouwen. Mijn tegenstander bleef goed rekenen en ik kom elke keer net geen materiaal winnen. Ik kwam wel veel tijd voor te staan. Uiteindelijk won ik toch een pion in zijn tijdnood. Ik speelde rustig het betere eindspel voor mij en won nog 2 pionnen. In een verloren stelling ging mijn tegenstander door zijn vlag.”

De meest onderhoudende partij van de avond werd door invaller Yaren met zwart op bord 4 gespeeld. Als team captain was ik wel ietwat bezorgd toen ik zag dat ze voor haar eerste acht zetten ongeveer een uur bedenktijd investeerde, terwijl de opening mij toch redelijk bekend voorkwam.

“I played an interesting game on the 4th board with black pieces. Over cautiously, I spent quite some time in the opening against my opponent’s Grand Prix Attack. Missing some chances here and there, I was trying to equalize and my opponent was trying to increase the pressure. He rightly sacrificed an exchange, but the follow-up was not as precise and I managed to get the upperhand, although momentarily.

The most critical moment came with 34. b4, where we both had less than 5 minutes to handle the many complications the position had to offer. The threat was to take my queen with Rxc5, and I assessed it well that I could not hang on to my queen anymore.

I believe my move 34….Rhb8 might still deserve an exclamation mark, although not as stunning as the computer’s suggestion 34….h3!!. After 35. Rxc5 Qxc5, my rooks found themselves in open lines against a king and a queen with backrank issues. (I got inspired by the recent Wijk aan Zee game between Erdogmus-Gukesh).

My intentions were at the right place, but the implementation still gave the evaluation bar a dance. The game followed: 36… Rb1, 37. g3 h3??, giving my opponent an escape with Kg1-f2, but went unused with 38. gxf4??. It was a win after that with Raa1, Rxe1 and Rg1! My pawns hold the critical squares all nicely.”

Op bord 5 kwam Kasper met wit goed uit de opening en bereikte in het middenspel deze bijzonder prettige stelling, maar uiteindelijk werd het helaas niet meer dan remise.

Ikzelf (David) kon met zwart op bord 6 redelijk lang theorie spelen en een pion winnen. Daar had mijn tegenstander wel wat compensatie voor in de vorm van een soort “bind” op de damevleugel. Ik wilde iets te graag winnen en ondernam na veel rekenen een twijfelachtig initiatief op de koningsvleugel dat mijn tegenstander vakkundig neutraliseerde. Nadat hij ook zijn toren tegen twee van mijn lichte stukken wist te ruilen vond ik dat hij beter stond en ik was opgelucht toen ik in hevige wederzijdse tijdnood een matdreiging op het creëren die hem leek te dwingen eeuwig schaak te geven. De slotfase was zo intens geweest dat ik niet door had dat alle andere partijen ondertussen afgelopen waren en was enigszins verbaasd toen na mijn remiseaanbod mijn tegenstander door zijn teamcaptain werd geïnformeerd dat de stand op dat moment 4-3 was, waarop de remise prompt werd aangenomen. Heel erg schuldig voelde ik me niet, want zwart zou in de slotstelling alleen door gruwelijke blunders van wit kunnen winnen. (Diagram is een gereconstrueerde eindstelling, wegens wederzijdse tijdnood hebben we de laatste ~10 zetten niet genoteerd. De zwarte koning had na schaakjes op b7 en b6 tussen e6 en f7 heen en weer gewaggeld. De zwarte koning mag natuurlijk niet naar f6 gaan, want dan kan wit op f3 schaak geven en Le3 spelen.)

Ik werd tijdens mijn partij regelmatig afgeleid door het drama op het belendende 7e bord, waar Ariël met wit zijn tegenstander tot wanhoop dreef met een speelstijl die ik “piratenschaak” zou willen noemen. De zwart won een stel pionnen en een kwaliteit, maar op een open bord met torens, dames en een paard kunnen gekke dingen gebeuren. Ariël won eerst zijn kwaliteit terug, maar zijn koning leek hopeloos in een matnet verstrikt te raken en zwart had ook veel vrijpionnen. Tot grote frustratie van de tegenstander wist Ariel echter toch aan de andere kant van het bord een eeuwig schaak voor elkaar te krijgen. (Hopelijk krijg ik nog een PGN van hem, die zal ik dan aan dit verslag toevoegen.)

Wytze, met zwart aan bord 8, had zijn dag niet. “In een redelijk saaie exchange Caro-Kann opening waren mijn tegenstander en ik vooral bezig met manoeuvreren met stukken. Op het gegeven moment lukte het me op de damesvleugel de pionstructuur van mijn tegenstander te breken en kon ik daar goed tegenspel bieden. Daarvoor offerde ik een kwaliteit voor twee pionnen. Mijn tegenstander dacht dat dit offer niet goed was maar Stokvis staat wel aan mijn zijde. Na mijn offer werd de stelling ongebalanceerd en lukte het mijn tegenstander om te infiltreren met zijn toren. Nadat ik dacht een dubbele aanval te hebben moest al snel een pion inleveren en bij de overgang naar het eindspel nog een pion. In een eindspel toren plus 2 pionnen tegen paard en twee pionnen dacht ik heel lang dat het remise zou blijven tot ik nog een pion weggaf en het doek viel.”