Op maandag 2 maart speelde het derde team met maar liefst vier invallers thuis tegen Botwinnik 1 en verloor heldhaftig met 2-6. Daarmee is het zeker dat we weer terug zullen degraderen naar de eerste klasse. Dit seizoen was de gemiddelde rating van ons team meer dan 100 punten lager dan die van de meeste andere teams (tegen Botwinnik 1 zelfs 203 punten lager), dus statistisch gezien was dit geen verrassing. Lichtpuntjes in deze match waren mooie remises van invallend jeugdtalent Oleg en rots in de branding Kasper aan respectievelijk bord 1 en 3 tegen veel sterkere tegenstanders, en een schitterende overwinning van Wytze op bord 6. Arjan kreeg met sterk spel ook winstkansen maar struikelde in de variantenjungle en verloor.
| Bord | DSC 3 | rating | uitslag | Botwinnik 1 | rating |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | ♟Oleg Nadrshin | 1887 | ½ – ½ | ♙Arie Werksma | 2170 |
| 2 | ♙Ahmad Diab Diaz | 1844 | 0 – 1 | ♟Max Kanbier | 2136 |
| 3 | ♟Kasper Uithof | 1895 | ½ – ½ | ♙Rogier Zoun | 2118 |
| 4 | ♙Arjan Drenthen | 2053 | 0 – 1 | ♟Wouter Bik | 2105 |
| 5 | ♟Sander van Gennip | 1880 | 0 – 1 | ♙Arno van der Lubbe | 2099 |
| 6 | ♙Wytze Roël | 1874 | 1 – 0 | ♟John Pouwels | 2094 |
| 7 | ♟Nicolò Perfranceschi | 1780 | 0 – 1 | ♙Yde van Deutekom | 2047 |
| 8 | ♙Jouke van Gosliga | 1837 | 0-1 | ♟Merlijn Albers | 1906 |
| 1881 | 2 – 6 | 2084 |
Voor aanvang van deze ronde was er nog een theoretische kans dat wij (ondanks 0 MP) niet zouden degraderen uit de Hoofdklasse. Daarvoor zouden dan wel heel veel gesternten toevallig goed moeten staan: de overige twee degradatiekandidaten, DD 1 en DSC 2 (respectievelijk 3 en 2 MP) zouden in ronde 6 tegen elkaar spelen, idealiter zou DSC 2 die match met bescheiden cijfers winnen en zouden die beide teams in de laatste met zeer grote cijfers verliezen, terwijl wij (DSC 3) juist met zulke grote cijfers van zowel Botwinnik 1 en Rijswijk 1 zouden gaan winnen dat we meer bordpunten zouden hebben dan DSC 2 en DD 1. Die kans op redding was dus wel heel erg theoretisch, maar natuurlijk deed het underdog team er op 2 maart alles aan om een statistische anomalie te veroorzaken. Aan sommige borden lukte dat zowaar, zodat we ondanks het verlies toch op een mooie match kunnen terugkijken. DSC 2 verloor op 5 maart helaas met 2½ – 5½ van DD 1, waarmee DD 1 op 5 matchpunten kwam en niet meer door ons ingehaald kan worden, ook niet als wij wel tegen Botwinnik 1 zouden hebben gewonnen.
Op bord 1 had ik oorspronkelijk mijzelf ingedeeld, maar vanwege een rugprobleem had de dokter geadviseerd om niet langdurig stil te zitten, dus klassiek schaken moet ik voorlopig even niet doen. Gelukkig vond ik ons 11-jarige jeugdtalent Oleg Nadrshin bereid om in te vallen, en hij had er geen probleem mee op bord 1 te spelen. Daar zat voor mij ook een stukje psychologische oorlogsvoering bij: wanneer je als senior tegen een junior speler wordt ingedeeld moet je je altijd zorgen maken over de mogelijkheid dat je tegenstander eigenlijk veel sterker is dan zijn of haar rating. Oleg’s tegenstander speelde heel voorzichtig, wellicht iets te voorzichtig en moest uiteindelijk blij zijn met remise. In de woorden van Oleg: “Ik moest op bord 1 tegen een hele sterke tegenstander spelen. Ik speelde met zwart een [minder vaak gespeelde verdediging tegen een bekende opening en] kreeg een solide stelling maar op een gegeven moment speelde hij b4?! om druk te zetten op mijn pionnen. Daarna kreeg ik een goede stelling op de damevleugel en won ik een pion(die hij niet terug kon nemen) Uiteindelijk ruilden we een toren af en kwam er een stelling dat iets beter voor mij stond, maar wit heeft genoeg compenstatie voor een remise. Uiteindelijk deelde we het half punt en nogaals een best tevreden resultaat tegen een sterke 2170.”
Op bord 2 zat invaller Ahmad Diab Diaz, die vorig seizoen deel uitmaakte van de vaste opstelling maar zich dit jaar op zijn studie concentreert. In zijn eerste klassieke partij sinds lange tijd kwam hij een beetje moeilijk uit de opening en gaf kort daarna pardoes een toren weg. Bedrijfsongevalletje.
Op bord 3 had Kasper meer succes met de jacht op een statistische anomalie, met iets minder resultaat dan hij tijdens de partij hoopte: “Een wijs man (Capablanca) zei ooit dat je je tegenstanders 3x moet verslaan: in de opening, het middenspel, en het eindspel. Ik kwam tegen een sterke tegenstander beter uit de opening, met een pionnetje meer uit het middenspel. Helaas kon ik het eindspel niet converteren tot een vol punt. Ik heb het grootste gedeelte van de wedstrijd beter gestaan, maar kon (ook in de analyse achteraf) geen concreet winstplan vinden. Maar een prima remise.”
Op bord 4 speelde invaller Arjan met wit een woeste partij die alle kanten op had kunnen gaan.
Op bord 5 kwam invaller Sander met zwart wel in zijn favoriete opening terecht, maar hij vergat ergens zijn “prep” en liet even later per ongeluk een dameruil toe die een volkomen verloren eindspel opleverde.
Op bord 6 speelde Wytze met wit tegen de competitiecoördinator van de HSB, John Pouwels. Enerzijds moeten we die vooral te vriend houden, anderzijds is ook hij gewoon maar een tegenstander en Wytze had niet zijn fluwelen handschoenen aangetrokken: in een geweldige aanvalspartij werd zwart kansloos van het bord geschoven.
Op bord 7 had Nicolò met zwart zijn dag niet. Na een aantal strategische missers kwam hij zo gedrongen te staan dat hij een stuk verloor en snel daarna de partij.
Op bord 8 schoof Jouke ietwat verlaat achter de witte stukken. Na de opening dacht hij een thematische pionnenstorm op de damevleugel te kunnen beginnen, maar dat had hij niet helemaal goed doorgerekend en het bleek dat zwart niet alleen een pion won maar ook positioneel beter kwam te staan. Een creatieve poging van wit om daar iets aan te veranderen pakte desastreus uit en Jouke verstopte zich daarna snel achter de bar.